RumptMidden in de Betuwe, op een steenworp afstand van Beesd, vindt u aan de oever van de Linge Rumpt. Tegenwoordig onderdeel van de gemeente Geldermalsen (prov. Gelderland), heeft Rumpt een lange historie. Reeds omstreeks het jaar 960 werd Rumpt (als Rumpst) vermeld in een lijst van bezittingen van de St. Maartenskerk te Utrecht. In de loop van de geschiedenis komen we dit dorp ondermeer ook tegen onder benamingen als Rumede, Romde en Rumt. De Heerlijkheid, die alleen het dorp Rumpt omvatte, schijnt evenals Gellicum later te hebben behoord tot het Land van Arkel.
Zicht op de Lingedijk rond 1909. In 1951 werd de Lingedijk omgedoopt tot Dorpsdijk. In een oorkonde van 1 augustus 1341 wordt voor het eerst melding gemaakt van het Huis te Rumpt. Door Ricoud van Heeswijk, proost van St. Pieter te Utrecht werd aan Hertog Reinald opgedragen: mijn huys (ende) mijn hoffstadt te Roemde mit allen dien voirborchten, graven, vesten ende tymmer, dat dair nu staet off namails staen sall, mit den bongaerden, mit den wiere ende mit allen den lande, dat ick liggende heb aldair te Roemde, butendijcx der Linghen waert, van den dorp te Roemde nederwaert tot des abds land van sunte Marienwerde, dat beneden mynen huys voirs gelegen is. Uiteindelijk komt het Huis te Rumpt op 10 mei 1550 in het bezit van Thomas van Scherpenseel (ook Scerpenzeel, later Scherpenzeel). Sindsdien is dit geslacht vervolgens tot circa 1741 aan dit huis en het dorp Rumpt verbonden geweest.
In het begin van de achttiende eeuw verkeerde het Huis te Rumpt reeds in niet al te beste staat. Het behoorde toen officieel toe aan ene Johan van Scherpenseel. Deze was echter zwakzinnig en daarom gedroeg zijn jongere broer Erasmus zich als Heer van Rumpt en tekende ook als Erasmus van Scherpenzeel de Rumdt. Erasmus van Scherpenseel stierf ongehuwd in 1716. In 1721 constateert een tante Barbara van Scherpenseel dat onsen innosenten neef (Johan), den tegenwoordigen heer van Rumdt, van sijn inkomsten niet soude konnen onderhouden worden en dat alle jaer meer vertert als sijn goederen opbrenge. Droef was het dus gesteld met deze laatste Scherpenseel. Op afbeeldingen uit die tijd zien we het adellijke huis al sterk in verval. In 1728 lag de helft ervan in puin. Bij de dood van Johan in 1741 kwam het in bezit van diens neef Diederik Johan Heerman in wiens geslacht de gronden nog vele jaren zijn gebleven. Het verval nam hand over hand toe, het trotse bouwwerk bleek niet meer te redden en is niet meer herrezen. Hoewel het Huis te Rumpt nooit is herbouwd ademt het dorp ook vandaag de dag nog de sfeer van eeuwen geleden. Nog net als in lang vervlogen tijden kronkelt de Linge tussen de hoge dijken, de uiterwaarden en de boomgaarden. De hoge dijken van de Linge vormen geen saai waterstaatwerk, maar een landschapselement, dat elke kilometer vaak ongemerkt, maar toch compleet van gedaante verwisselt. Hier overheerst de natuur, en worden we stil van zoveel cultuur en historie. In deze omgeving vinden we een weids en onbedorven Betuwelandschap met de Lingedijk als coulisse.
Bronnen: |